Cancellara en het grote omdenken
De afgelopen weken is mij herhaaldelijk gevraagd om in mijn rol van tv commentator te verklaren of ik geloof dat Fabian Cancellara twee voorjaarsklassiekers heeft gewonnen met behulp van een motortje. Ik ben daarvoor natuurlijk de aangewezen persoon! Heb ik immers niet drie jaar geleden al geroepen dat Fabian een brommer moet hebben ingeslikt?
Als ik mee had gedaan aan dit spel had ik mij onsterfelijk kunnen maken over de rug van Cancellara, door te roepen dat ik het toen eigenlijk al wist. Ducrot weer een stuk belangrijker door zijn vooruitziende analyses. Ik heb er even over na moeten denken omdat ik net als elke liefhebber de aloude impuls voel een kamp te kiezen: geloven of niet geloven. Maar ik concludeer nu dat het geen enkele zin heeft die vraag te beantwoorden. Op dit moment kun je van geen enkele wielrenner iets met zekerheid aannemen. Net zomin als je dat van een politicus, bankier of Katholieke geestelijke kunt.
Wielrenners leven in een wereld waarin men bereid is de eigen kampioenen te offeren. Fabian Cancellara is zo’n kampioen. Voor wie wordt hij geofferd? Voor de zuivere sport. Sport waarin de prestaties op een eerlijke en te vertrouwen manier tot stand komen. De vraag naar de zuiverheid van zijn prestaties houdt ons steeds in dezelfde cirkel gevangen. Het niet vertrouwen van mensen en hun daden en je zelf er op alle mogelijke manieren tegen wapenen doordrenkt het denken en doen van eenieder. Overigens niet alleen in de wielerwereld. Het is best te begrijpen met alle wantoestanden die achter ons liggen maar we hebben inmiddels een staat van geestelijke vervuiling bereikt die het ons onmogelijk maakt nog met respect naar de renners als mensen te kijken. En dat is NIET hun eigen schuld. Iedereen doet mee en voedt het wantrouwen in het kijken naar de prestaties van de man in de arena.
Als mijn gewaardeerde collega oud wielrenner en tv commentator Davide Cassani echt had gewild dat de zuiverheid van de winnaar van Parijs-Roubaix gewaarborgd had moeten worden, dan had hij het volgende gedaan: Hij is journalist. Dus hij gaat op onderzoek om feiten te verzamelen, hij meent dingen te zien en gaat na wie het motortje heeft geleverd en hoe het werkt. Vervolgens vraagt hij aan wie het allemaal geleverd is, iets wat een fabrikant zeer graag bereid is te verklaren. Dan vraagt hij bij de Saxobank ploeg en Cancellara na hoe het zit. Hij volgt de geldstroom en als hij daar aanleiding in ziet gaat hij naar de UCI of de politie of allebei.
Zolang hij nog geen feiten heeft doet hij dit in stilte. Hij meldt zich ook bij Cancellara. Pas dan krijg je een onderzoek dat kans heeft. Een dergelijke technisch bedrog heeft zeer veel aspecten waarbij veel mensen betrokken moeten zijn. Dat is zeer snel te achterhalen. Ondertussen geef je bericht over de aanleiding, de feiten en de scenario’s.
Wat Cassani nu heeft gedaan kan ik niet anders duiden dan wat ik ook had kunnen doen met mijn ingeslikte brommer metafoor, namelijk zelf scoren. We nemen een filmpje van een blote vrouw, monteren er vervolgens Jan Peter Balkenende achteraan die uit een deur komt en zijn handen langs de broek afveegt; vervolgens zie je de gevel van een peeskamer op de Wallen en tot slot een shot van Balkenende die verklaart: ‘Wat kijk je lief’. De conclusie is duidelijk Balkenende is een hoerenloper en de brenger van al dit nieuws vind je dagenlang op de voorpagina's en in de praatprogramma's.
Beschaafd en met respect handelen betekent dat je je altijd realiseert dat je met mensen te maken hebt die je ook als zodanig dient te behandelen. Balkenende noch Cancellara zijn circusapen of gladiatoren, waar je als publiek willekeurig de duim bij naar beneden mag houden teneinde hun (sportieve dan wel politieke) dood te bewerkstelligen. Het publiek wordt gevoed door de berichtgeving en het is stuitend om te zien hoe de verslaggevers de geestelijke vervuiling van het ‘betrap paradigma’ voeden. Cassani is zelfs oprecht ongerust. Maar ook bij hem heeft die vervuiling toegeslagen en ziet hij in elk detail de duivel van het bedrog. Juist van hem mag je enig moreel leiderschap verwachten en de rust om eerst eens te gaan onderzoeken. Feitelijk, en niet vooringenomen zoals nu.
Door bij elke grote prestatie bedenkelijk te kijken (‘mij maak je niets wijs, hier is iets aan de hand’) - hetgeen je vooral bij de insiders ziet -, komt de angst die onder hun cynisme ligt aan de oppervlakte. Stel je voor dat ik iemand bewonder die achteraf de boel heeft opgelicht, dan ben ik geen kenner meer. Cynisme uit lijfsbehoud. Ik stop ermee mij in die discussie te mengen en werk gestaag door vanuit het ‘het zijn mensen’ paradigma. Laten we ons verbazen en verwonderen en af en toe teleurgesteld zijn. Er is geen ruimte voor cynisme in Zing Vecht Huil Bid Lach Werk en Bewonder. Leve Ramses Shaffy en leve Fabian Cancellara
Meer over omdenken in het wielrennen, is te lezen in het boek Wie de trui past, trekke hem aan, dat vanaf 2 juli in de boekhandel verkrijgbaar is. |